St. Pierre Fourier Stichting

 

St. Pierre Fourier Stichting

De St. Pierre Fourier Stichting is opgericht op 14 juli 1903 als rechtspersoon voor de Zusters Kanunnikessen van de Heilige Augustinus in Nederland. Als zodanig was zij de eigenaar van roerende en onroerende goederen van de Orde. 

Door het administreren, beheren en het behartigen van alle zakelijke belangen, heeft de stichting het mogelijk gemaakt dat de zusters zich wijdden aan het verwezenlijken van hun doelstelling …”onderricht aan jeugd in de ruimste zin van het woord en wel tegen een zekere vergoeding maar gratis voor kinderen uit arme gezinnen….” (bron: statuten 1903).

In de loop van de 20ste eeuw zijn de statuten enige malen aangepast aan veranderende situaties. De doelstelling echter is in wezen dezelfde gebleven, zij het wel enigszins uitgebreid, In 1958 heeft ’s Rijks belastingdienst te Breda schriftelijk (R 911/193II) verklaard dat de St. Pierre Fourier Stichting werd toegelaten als rechtspersoon bedoeld in art. 24 sub. 1 van de Successiewet, omdat zij een algemeen maatschappelijk doel beoogt.

De Zusters Kanunnikessen waren voorheen een zelfstandig onderdeel van de Rooms-Katholieke Kerkgenootschap in Nederland en als zodanig werd de stichting erkend als een kerkelijke rechtspersoon. Naarmate het aantal Zusters afnam zijn op 16 juni 2005 de statuten dusdanig aangepast dat de stichting niet meer onder kerkelijk doch onder Nederlands Recht valt.

Het bestuur van de stichting kreeg met deze statutenwijziging een zelfstandige verantwoordelijkheid, maar met behoud van haar oorspronkelijke doelstelling, waaronder de zorgplicht voor de nog overgebleven religieuzen (financiering van levensonderhoud, woonruimte, verzorging, et cetera).

De Nederlandse Zusters Kanunnikessen waren een onderdeel van een internationale Congregatie en hebben altijd veel contacten onderhouden met congregatiegenoten in andere landen zowel in Europa als daarbuiten. Ze hebben elkaar altijd waar nodig en mogelijk geholpen.

In de doelstelling van de stichting is opgenomen dat de stichting deze onderlinge solidariteit moet handhaven en voortzetten. Als gevolg van deze historische band is de jaarlijkse bijdrage aan de Congregatie een substantieel onderdeel van het giftenbudget.

Voorts kan het hoofdbestuur van de Congregatie vervolgverzoeken indienen voor financiële hulp aan projecten in landen waar de Congregatie financiële steun nodig heeft om haar doelstelling te realiseren. Waarbij de Congregatie, net als andere begunstigden, haar aanvragen dient te motiveren en achteraf verantwoording dient af te leggen.

De stichting heeft haar vermogen in Nederland opgebouwd en beheerd en zal daarom ook een belangrijk deel van haar inkomen schenken aan Nederlandse goede doelen.

Voor iedere donatie geldt dat zij, met uitzondering van de donatie aan de Congregatie zelf, dient bij te dragen aan de opvoeding, de vorming en het onderwijs aan volwassenen en kinderen in alle landen.